autarkie_ecoiglo.jpgautarkie_aia.jpgautarkie_zero.jpgautarkie_walla.jpgautarkie_c2c.jpgAutarkie_iss.jpgautarkie_plag.jpgautarkie_dakloze.jpg

Plaggenhut - Gelderland - ± 1900


plag1.jpg


Rondom Heerde in de provincie Gelderland op de westoever van de IJssel bestond een echte huttenkolonie. Dat zijn groepjes plaggenhutten bij elkaar. Ze waren verdeeld over vier gebieden: Horthoeksche veld, het Hoornsche veen, en de Veldzijde en de Woldberg bij Wapenveld. In 1853 stonden er maar liefst 97 hutten. In latere jaren zouden er nog meer hutten gebouwd worden. Ook hier was de huttenbouw ongeoorloofd, verboden dus, maar het werd gedoogd (door nood gedwongen toegestaan).

Naast Heerde woonden er ook mensen in plaggenhutten in het Gelderse Nunspeet, Oldenbroek en Epe . Ook in het Groningse plaatsje Bellingwolde, Holte, Wessingtange, Altveveer, Westerwolde . Bij de Drenthse plaatsen Emmen en Barger Compascuum, Weiteveen, Alteveer en Assen stonden ook ooit plaggenhutten. Waarschijnlijk waren er buiten meerdere dorpen hutten op de zandgronden gebouwd.

plag2.jpg

Het waren vooral veenarbeiders die massaal plaggenhutten bouwden. Vaak woonden hele gezinnen van 6 tot 9 personen in een ruimte van 4 bij 6 – 8 meter. Niet zelden moest ook de geit of het schaap er verblijven. De hutten werden in groepen bijeen gebouwd. Dat was gezelliger en veiliger. De kookgelegenheid, het toilet en de waterput werden gezamenlijk gebruikt.
Het leven in een plaggenhut was armoedig. Veel meubels waren er niet. Een houten tafel, wat stoelen en een houten kistje als wiegje voor de baby, dat was alles. Het hele gezin sliep in één of twee bedsteden. Als matras gebruikten ze een zak met stro, als deken wat oude lappen. De bedstee was vaak niet meer dan een gat in de wand met een gordijntje ervoor. Soms werd er van hout een soort hok gebouwd dat met een deur afgesloten kan worden. De aardappelen werden eronder opgeslagen. De rook van de kachel werd slecht afgevoerd en vaak was de hut dus een rookhol. Stromend water was er niet, dat haalde je uit de put verderop. Als het regende was de hut vochtig en koud. Echt schoon was het ook niet. Al met al niet zo verwonderlijk dat er veel jonge baby’s stierven. Een getuigen beschrijft het als volgt: “het was vaak zo rokerig in de hut, dat men bij het binnenkomen soms niet zag of er iemand thuis was. Zelf stonk men ook naar de rook. De mensen in het dorp wisten, zodra je in de buurt kwam, dat je een hutbewoner was. Ze roken het aan je."

Tekeningen



plag3.jpg

Wat en waarom autarkie | Autarkische projecten | Project vergelijking | Gebruikte technieken


Bron: www.bertsgeschiedenissite.nl